Welzijn

Het onderzoek Sociale Samenhang en Welzijn geeft cijfers over samenleving en welzijn op jaarbasis. Vanwege de coronacrisis zijn van een aantal indicatoren uit dit onderzoek cijfers gemaakt op kwartaalbasis.

Vertrouwen in andere mensen

Het aandeel in de bevolking van 15 jaar of ouder dat de stelling onderschrijft dat de meeste mensen over het algemeen te vertrouwen zijn, is indicatief voor de sociale cohesie in een samenleving. Door een ingrijpende gebeurtenis in de samenleving zoals de coronapandemie kan dit sociale vertrouwen zowel af- als toenemen. Dat is in 2020 niet gebeurd. In alle vier de kwartalen gaf ruim 6 van de 10 personen aan vertrouwen in de medemens te hebben. Dat was ook zo in 2019.

Vertrouwen in de Tweede Kamer

In het tweede kwartaal van 2020 steeg het vertrouwen in de Tweede Kamer naar 58 procent. In het eerste kwartaal was dit nog 44 procent. Een dergelijke sterke stijging is in voorgaande jaren niet voorgekomen. 

Vrijwilligerswerk

Het aandeel 15-plussers dat aangeeft in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek vrijwilligerswerk te verrichten, viel in het tweede kwartaal van 2020 terug naar 16 procent. In het eerste kwartaal was dit nog 29 procent. Een dergelijke terugval is in de jaren daarvoor niet voorgekomen. Het percentage schommelde voorheen jaarlijks tussen de 30 en 31. De afname viel samen met de lockdown in het tweede kwartaal, waarbij ook verenigingen hun deuren moesten sluiten.

Groep met minder dan wekelijks contact

Tijdens de lockdown in het tweede kwartaal van 2020 moest face-to-face contact met anderen zoveel mogelijk vermeden worden. De richtlijnen voorzagen in zo veel mogelijk thuis werken, geen café- of restaurantbezoek, en niet meer op bezoek in het verpleegtehuis. Het percentage mensen van 15 jaar of ouder met minder dan wekelijks contact met vrienden, familie of buren bleef gedurende 2020 echter redelijk stabiel (4-5 procent). De rest van de mensen had minimaal wekelijks contact met een of meerdere van deze groepen.

Wel zijn alle vormen van contact hierbij meegenomen. Denkbaar is dat mensen hun face-to-face contacten deels hebben vervangen door andere contacten zoals bellen of een berichtje sturen via sociale media. Met de beschikbare gegevens kon dit niet worden onderzocht. Ontwikkelingen bij de afzonderlijke contactgroepen (familie, vrienden, buren) in dagelijkse en/of wekelijkse contacten zijn niet onderzocht. Tussen deze groepen zouden er verschuivingen kunnen zijn. Evenmin is ingegaan op de sociale contacten van specifieke bevolkingsgroepen.

 

Read More